Een spreekbeurt houden is voor veel kinderen in groep 7 en 8 de eerste keer dat ze echt alleen voor de klas staan. Op de middelbare school komt het terug als presentatie, boekbespreking of mondeling. Spannend is het bijna altijd, maar het is goed te leren. De meeste zenuwen verdwijnen als je weet wat je gaat zeggen, in welke volgorde, en als je het een paar keer hardop hebt geoefend. In deze gids lees je stap voor stap hoe je een spreekbeurt maakt, van het kiezen van een onderwerp tot het beantwoorden van vragen.
Stap 1: een onderwerp kiezen
Het beste onderwerp is iets waar je zelf nieuwsgierig naar bent. Een hobby, een dier, een land waar je familie woont, een sport, een uitvinding of iets uit het nieuws. Als jij het interessant vindt, hoort de klas dat aan je stem. Kies liever iets kleins en concreets dan iets enorms: over de ruimtevaart kun je dagen vertellen, over de eerste maanlanding past het precies in een spreekbeurt.
Check ook wat de opdracht is. Moet het over een vast thema gaan, hoe lang moet het duren, moet je een werkstuk of een PowerPoint inleveren en hoe wordt het beoordeeld? Vraag het gewoon even na. Dan weet je zeker dat je moeite niet in de verkeerde richting gaat.
Stap 2: informatie zoeken
Zoek informatie in boeken uit de bibliotheek, op betrouwbare websites en eventueel bij iemand die er veel van weet. Schrijf bij elk feit op waar je het vandaan hebt. Een interview met een opa, een dierenarts of een trainer maakt je spreekbeurt persoonlijk en levert vaak het mooiste verhaal op.
Maak tijdens het zoeken al een lijstje met vragen die je klasgenoten waarschijnlijk hebben. Wat zouden zij willen weten? Die vragen worden straks vanzelf de stukjes van je kern.
Stap 3: de opbouw
Elke goede spreekbeurt heeft drie delen: een inleiding, een kern en een slot. Daarna volgen vaak nog vragen uit de klas. Verdeel je tijd ongeveer zo: een korte inleiding, het grootste deel voor de kern, en een kort maar duidelijk einde. Schrijf de kern op als drie of vier hoofdstukjes met elk een eigen kopje. Zo weet de klas waar je bent, en jij ook.
De inleiding van je spreekbeurt
In de eerste minuut beslist je publiek of ze gaan opletten. Begin daarom niet met mijn spreekbeurt gaat over, maar met iets wat nieuwsgierig maakt. Een paar ideeën:
- Een vraag aan de klas. Wie heeft er weleens een bij van dichtbij gezien? Laat handen opsteken.
- Een voorwerp. Een voetbalschoen, een fossiel, een potje honing. Iets vasthouden helpt ook tegen zenuwen.
- Een verrassend feit dat je uit een betrouwbare bron hebt.
- Een kort verhaal over hoe jij met het onderwerp in aanraking kwam.
Vertel daarna in een zin waar je spreekbeurt over gaat en noem de hoofdstukjes van je kern. Schrijf je eerste zin helemaal uit op je eerste kaartje. Als je die zin zeker weet, ben je meteen gestart.
De kern
In de kern vertel je wat je hebt uitgezocht. Geef elk hoofdstukje één boodschap en een voorbeeld. Een voorbeeld, een foto of een vergelijking blijft veel beter hangen dan een rijtje getallen. Maak de overgang tussen de delen duidelijk, bijvoorbeeld met: dat was het nest, nu gaan we kijken hoe honing wordt gemaakt. Laat plaatjes of dia’s zien op het moment dat je erover praat, en zet op je kaartje een aanwijzing als [DIA 3] zodat je het niet vergeet.
Het einde van je spreekbeurt
Het einde van je spreekbeurt is wat de klas het langst onthoudt, dus stop niet met dat was het. Kondig aan dat je gaat afronden, vat in twee of drie zinnen samen wat het belangrijkste was en eindig met iets wat blijft hangen: een tip, een vraag om over na te denken of een terugkoppeling naar je opening. Begon je met een bij, laat dan aan het eind nog één keer die foto zien. Bedank de klas en vraag of er vragen zijn. Ook je slotzin schrijf je helemaal uit op je laatste kaartje.
Vragen uit de klas
Bereid je voor op vragen door te bedenken wat je klasgenoten zouden kunnen vragen, en zet een paar extra feitjes op een reservekaartje. Weet je een antwoord niet, dan is dat geen ramp. Zeg eerlijk: dat weet ik niet, maar ik zoek het voor je op. Herhaal een vraag even hardop als niet iedereen hem gehoord heeft. Dat geeft je ook een paar seconden om na te denken.
Je presentatiekaartjes maken
Voorlezen van een vel klinkt saai en je kijkt dan steeds naar beneden. Met presentatiekaartjes vertel je je verhaal en kijk je de klas aan. Plak je tekst in de editor van EasyPalmCards en hij wordt slim verdeeld over kaartjes, waarbij hij bij voorkeur aan het eind van een zin knipt. Daarna maak je van elke alinea een paar steekwoorden, nummer je de kaartjes en print je ze op A4. Je knipt ze uit, en klaar.
Houd het per kaartje bij één idee en schrijf groot genoeg om het op borsthoogte te kunnen lezen. Meer tips over wat je erop zet en hoe je ze op karton print, lees je op de pagina over presentatiekaartjes. Wil je niet met een leeg scherm beginnen, kies dan een van de sjablonen met een opbouw die al klaarstaat.
Oefenen met de timer
Oefen je spreekbeurt minstens drie keer hardop, met dezelfde kaartjes die je straks in je hand hebt. In de oefenstand zie je je kaartjes één voor één op het hele scherm, met een timer en je spreektempo. In het Kaarten-paneel stel je een tijdslimiet in voor je hele spreekbeurt en zie je per kaartje hoe lang het ongeveer duurt. Zo weet je vooraf of je moet inkorten. Oefen ook een keer voor je ouders, een broer of zus of een vriend, en vraag wat ze het mooiste vonden en wat onduidelijk was.
Merk je tijdens het oefenen dat een kaartje niet werkt, pas het dan meteen aan in de editor. Dingen die je niet op het kaartje wilt, zoals een extra feitje voor als er tijd over is, zet je in de sprekersnotities. Die zie je wel tijdens het oefenen, maar ze worden niet geprint.
Tips en tops
Na je spreekbeurt krijg je in groep 7 en 8 vaak tips en tops van de klas: tops zijn dingen die goed gingen, tips zijn dingen die volgende keer beter kunnen. Je kunt ze ook zelf gebruiken als checklist tijdens het oefenen:
- Kijk de klas aan. Kijk naar je kaartje, pak een steekwoord en kijk dan weer op.
- Praat rustig en duidelijk. Zenuwen maken je sneller. Zet op een paar kaartjes [PAUZE] als geheugensteun.
- Sta stevig. Beide voeten op de grond, niet wiebelen, je kaartjes in één hand.
- Gebruik iets om te laten zien. Een voorwerp, een foto of een korte dia maakt het levendig.
- Houd je aan de tijd. Te lang is net zo vervelend als te kort.
Zit je op de middelbare school en moet je een mondeling doen in plaats van een spreekbeurt? Lees dan de gids over je mondeling voorbereiden. En moet je voor je spreekbeurt moeilijke woorden of jaartallen onthouden, maak er dan flashcards van. Alles wat je nodig hebt om te beginnen is gratis; wie vaker kaartjes maakt en ze online wil bewaren of delen, vindt de mogelijkheden van Gold op de pagina prijzen.
